Dagboek ijsklimvakantie in Canadian Rockies
Canmore,
Zaterdag 29 januari 2005
De
eerste indrukken van Canada waren zoals ik me herinnerde van vorig jaar: smerig
en ongeorganiseerd. Ik bedoel, een straat zonder rijtjeshuizen, dat kan toch
niet. Blijkbaar is hier zoveel ruimte dat elke mieserige keet vrijstaand is en
een grote parkeerruimte heeft. Bovendien is elk gebouw totaal anders is dan dat
van de buurman. Kortom, voor mijn nederlandse blik: chaos. Zelfs voor mijn
amerikaanse blik is het chaos. Dit komt echter vooral door het verschil in de
auto’s. Waar in ons Californische paradijsje iedereen een blinkende nieuwe
auto heeft, rijdt hier iedereen rond in een auto met schutkleur. Bruine modder
zit tot de daken aan toe. De gesmolten sneeuw heeft naast modder ook nog dor
gras achtergelaten, hetgeen de feestvreugde ook al niet verhoogt.
Maar
dat waren zoals gezegd de eerste indrukken. Zodra we Calgary uitrijden en de
Rocky mountains in het vizier krijgen, wordt het beter. Zelfs het gele gras is
best aardig als het hele heuvellandschap ermee bedekt is. Als de volgende
ochtend bij zonsopgang het gras bedekt is met een witte gloed en de besneeuwde
bergen roze gekleurd zijn, is alle ellende uit Calgary vergeven en vergeten.
We zijn dan onderweg
naar Ghost Valley om voor het eerst sinds een jaar onze stijgijzers weer eens in
een canadese waterval te zetten. We rijden een weg in dat volgens ons gidsje een
gravelroad moet zijn. Dat zal best zo zijn, maar op dat moment was het vooral
een iceroad. Vol vertrouwen echter sturen we onze four wheel drive de bochten
door en de heuvels op. Bij het verhuurbedrijf hadden ze immers gezegd dat we ons
geen zorgen hoefden te maken, ondanks dat er geen winterbanden onder zaten of
sneeuwkettingen bij geleverd werden. Dit vertrouwen werd enigszins beschaamd
toen we één van de heuvels maar netaan met slippende wielen opkwamen. Het
vertrouwen zakte verder toen we glijdend de volgende heuvel afkwamen. Helaas
zakte het net niet ver genoeg. Bij de volgende helling glijden we vlak onder de
top een stukje achteruit en draaien we een kwartslag, waarna we gelukkig tot
stilstand komen. We besluiten nu wel om terug te gaan. Maar dat is gemakkelijker
gezegd dan gedaan als je met je kont in de greppel en dwars op een hellende
ijsbaan staat. De stijgijzers komen zo gelukkig nog wel van pas vandaag. Na ze
ondergebonden te hebben, loop ik naar de bocht beneden aan de helling en Sander
naar de top van de heuvel om auto’s te beletten verder te rijden. De mensen
hier houden er namelijk de filosofie “gang is alles” op na. Ze zijn gelukkig
wel erg behulpzaam en we komen dan ook veilig bovenaan de helling. Nu weer terug
…. er af…!? Gelukkig wordt dit moment een paar uur uitgesteld omdat een
volgende auto ook in de problemen komt. Elkaar helpend komen we gelukkig allebei
weer veilig onderaan de helling en over de vorige heuvels terug. We beseffen dat
we geluk hebben gehad, als we langs één van de afdalingen een auto in de bomen
zien hangen. Morgen maar een ander gebied uitzoeken.
Canmore, Zondag
30 januari 2005
Jawel…..geklommen vandaag, 60 meter
maar liefst. Maar met de rit en aanloop erbij toch met donker uit en thuis. De
waterval heette Bow Falls en wordt gevormd door het smeltwater van de
vlak
erboven bovenliggende gletscher. Mooie alpiene setting dus. Er lag daar veel
meer sneeuw dan hier in Canmore. We zakten er vaak tot onze knieen in weg. De
meeste mensen gebruiken skies of sneeuwschoenen voor de aanloop. Aangezien we
die niet bij ons hadden en er bij ons hotel geen sneeuw ligt, namen we de gok
maar. Over het bevroren meer was het geen probleem, de harde wind had de meeste
sneeuw daar al weggeblazen. Verder de canyon in werd het anders. Daar was een
dikke laag sneeuw met een harde korst erop. Soms bleef je erop staan en soms
begaf de korst het. In een grote cirkel om je voet heen zag je het dan bezwijken;
eng gezicht. Na de canyon werd het weer weidser en zag je de watervallen liggen.
Het begon aardig hard te waaien en onze gezichten werden koud. Omdat we flink
doorliepen was de rest wel warm. Nog wel, want zodra we onderaan de waterval
stil stonden werd het ijzig koud. We hadden er geen rekening mee gehouden omdat
het slechts rond het vriespunt was, maar door de wind werd het vervelend. Wolken
sneeuw waaiden in ons gezicht terwijl we stonden te bekijken welke route we
zouden doen. Eigenlijk hadden we allebei geen zin en als er geen andere
touwgroep was geweest waren we misschien wel lekker terug gegaan! Sander was zo
dapper om de eerste touwlengte voor te klimmen. Het klimmen ging wel lekker maar
de middelvinger van zijn linkerhand kreeg het erg koud, zodat hij moest stoppen
om hem op te warmen. Ik stond intussen mijn standplaats in me op te nemen en zag
dat ik onder twee behoorlijk gemene ijspegels plaats had genomen. Met het geweld
waarmee onze buren aan het klimmen waren, konden die nog wel eens lostrillen
dacht ik. Affin, ik stond niet lekker en kreeg het heel koud en wilde dat Sander
eens opschoot. Toen ik uiteindelijk na kon komen zag ik dat Sander al bijna
helemaal bovenaan de waterval was. Er resteerde nog drie meter voor mij om te
kijken of er bovenop een standplaats was waarvan we konden abseilen. Relaxed
dagje voor mij dus. Ik dacht dat ik het tijdens de klim wel warm zou krijgen,
maar het tegendeel bleek waar. Het ging steeds harder waaien naarmate ik hoger
kwam. In een van de windstoten waarbij ik sneeuw in mijn nek kreeg heb ik even
zachtjes gehuild, wat een ellende… Gelukkig konden we in één abseil naar
beneden en besloten we het hier maar bij te laten en lekker weer te gaan lopen.
Heerlijk relaxed gedaan en veel foto’s genomen. Terug bij de auto was een leuk
en lekker warm restaurant waar we pasta hebben gegeten, zodat het leed al snel
weer was vergeten.
Canmore,
Maandag 31 januari 2005
Vandaag zijn we dichter bij huis
gebleven en hebben we Moonlight geklommen. Deze waterval liep over een rotswand
boven een beekje tussen de bomen. Weer een heel ander landschap dus. We moesten
over een langlaufroute lopen maar omdat hier geen verse sneeuw lag, was daar
alleen nog maar een dikke ijslaag van over. Er
zat niets anders op dan een dik uur met stijgijzers over de ijsbaan te lopen. Op
de waterval naast Moonlight waren
twee oudere canadese mannen met een franse
gids aan het klimmen. Enorme ijsblokken kwamen er naar beneden. Maar wel leuk
dat ze dat toch maar doen. Sander mocht kiezen en nam de eerste touwlengte. Het
eerste stuk van de tweede touwlengte zag er nogal steil uit, maar ik had
vertrouwen dat mij dat wel zou lukken als ik de eerste touwlengte lekker had
nageklommen. Sander klom prima en bij mij ging het ook lekker. Zodra ik echter
bij de oncomfortabele standplaats van Sander kwam werd ik een beetje nerveus.
Het steile stuk zag er wat langer uit dan van beneden. Ineens kon ik geen goede
voetsteunen meer vinden voor mijn voet die aan de beurt was zodat ik niet in
mijn favoriete steil kon klimmen. Ook de ijsbijlen gingen er niet zo lekker in. A:
omdat het veel steiler was en ik niet achteruit durfde te hangen aan mijn andere
bijl, B: omdat mijn handen en onderarmen inmiddels redelijk verzuurden en C: omdat
met voorklimmen je bijl altijd wat minder lekker lijkt te zitten. Na de vierde
schroef moest ik echt even in het touw hangen en kreeg mijn linkerhand eindelijk
rust. Meteen voelde ik de pijn van de verzuring in mijn onderarm en de kou van
mijn vingers die doordat ik niet meer in mijn lussen hing ineens weer bloed
kregen en heel hard begonnen te prikken. Ongelooflijk wat deed dat zeer, ik
dacht dat ie eraf zou vallen. Weer begon ik een beetje te huilen. Maar na enige
tijd werden mijn vingers weer warm en mijn onderarm weer minder pijnlijk dus kon
ik weer verder. Ik besloot maar wat minder zekeringen te leggen en een beetje
door te klimmen. Het tweede stuk ging daardoor beter en toen het vlakker werd
vond ik een mooie standplaats die ik meteen gebruikte zodat Sander nog het
laatste gordijntje kon klimmen. Dat stukje ging bij hem voor het eerst heerlijk
relaxed. We komen er weer in! En hebben en passant de moeilijkste waterval in
onze carriere geklommen. De afdaling was nog even spannend. Samen aan zo’n
hangbelay en abseilen aan een ablakov, het blijft eng. Voor mijn gevoel zijn we
hier al een hele week, terwijl het pas maandag is, heerlijk vooruitzicht.
Canmore,
Dinsdag 1 februari 2005
Vandaag
hebben we de iets makkelijkere buurman van de waterval van gisteren gedaan:
Snowline. Het ging lekker. En: vandaag niet gehuild. Het was nog donker toen we
met de aanloop begonnen en we waren eens als eerste bij de klim. Lekker vroeg
klaar, zodat we anderhalve rustdag hebben. Welverdiend.
Eigenlijk valt er
over zo’n klim die voorspoedig verliep niet zoveel te vertellen. Net als je
gevoel achteraf: niet bijzonder. Net las ik weer een stukje in de Rock
Warrior’s Way en werd op mijn wenken bediend over dit gevoel. We zijn onze
comfort zone vandaag niet uitgekomen en: “The comfort zone is great, but we
cannot be fully alive by staying there”. Vandaar dus.
Canmore,
Donderdag 3 februari 2005
Best
vermoeiend zo’n rustdag. We konden vanmorgen niet eens opstaan toen de wekker
ging. Na een beetje te hebben uitsgeslapen toch op weg gegaan naar Field. Het
informatiecentrum daar was echt geweldig en vertelde ons dat Massey’s gisteren
nog door een gids met klanten was geklommen, dus dat het lawinegevaar wel mee
zou vallen. Ze was ook nog zo aardig om het verhaal van een dodelijk ongeval te
vertellen, zodat de shake er bij mij wel een beetje in zat. Sander maar lekker
voor laten gaan. Het ijs was erg zacht, prima voor je bijlen, maar minder voor
de ijsschroeven. Die zaten een beetje wiebelig, maar Sander klom vol vertrouwen
door. De tweede touwlengte behelsde gelukig maar twee kleine steile stukjes,
waar ik vandaag al moeite genoeg mee had. De laatste touwlengte was weer wat
intessanter en voor Sander. We zouden wel even naar beneden lopen volgens de
topo, niet dus. We hebben behoorlijk wat tijd verknoeid met de weg zoeken en het
touw uit de knoop halen, maar uiteindelijk kwamen we na twee lange abseils toch
beneden. Nog even naar onze lange route van morgen gekeken. Ja, guinness Gully
lag er mooi bij, morgen vroeg op, lange dag.
Canmore,
zaterdag 4 februari 2005
Ik
vond het gisteren al verdacht stil tegen de ochtend, en jawel, het sneeuwde. Toch op weg
gegaan, maar bij Banff snel afgebogen naar de Starbucks. De hele dag en nacht
heeft het verder gesneeuwd. Dertig centimeter nieuwe sneeuw. Vandaag werd het
dan dus maar lekker
beschut klimmen in Haffner Creek. Beetje mixed oefenen…dacht ik. Eerst even
een stukje van 10 meter ijs om een toprope te maken. Ik stond niet lekker op
mijn voeten, vertrouwde niet op mijn bijlen, had problemen met mijn polslussen,
kreeg de ijsschroeven er niet goed in, zodat er nog meer schroeven in ‘moesten’.
Kortom weer heerlijk verzuren en bevriezen voor ik boven was en ik deze keer
echt voortijdig op moest geven. Volgens Sander moet het eerst slechter gaan om
weer iets te kunnen leren en de volgende stap te maken. Nou, dat kan dan in de
komende weekenden want we hoorden van een stel uit Mammoth (California) dat het ijsklimmen
daar dit jaar geweldig is. Of ik daar nou blij mee ben…. ik ga liever weer
lekker rotsklimmen in Joshua Tree.