Na de
introductiecursus in de hal, waarbij we leerden zekeren
en hoe we op onze voeten moesten staan, gingen we twee keer in de week klimmen. Eind April deden we in
Zuid Frankrijk een sportklim cursus van de NKBV. Het weer
en de rots waren heerlijk en de haakafstand zo klein dat we halverwege de
eerste dag al een route hadden voorgeklommen. Soepeltjes gingen we van
moeilijkheidsgraad 3 tot 5c, tot mijn (Ruby) eerste voorklimmersval een feit was. Ik
denk dat ik twee jaar later pas weer een 5c aandurfde en wrijvingsroutes vind ik
tot op de dag van vandaag eng. Gelukkig heeft Sander al die tijd de routes
afgemaakt die ik niet uit durfde te klimmen.
Onze lange
weekenden besteedden we al een poosje aan het maken van meerdaagse wandelingen
in de Ardennen. Vooral Sander vond dat geweldig: helemaal vrij met de tent op de
rug. Hij wilde dit ook wel eens in de Alpen doen, dus gaven we ons op voor een
bergsportcursus. Om aan de hoogte te wennen gingen we vooraf een weekje in de
Tessiner Alpen van hut naar hut lopen. Het was de eerste week van het seizoen
dus nog lekker rustig en schone dekens! Er lag daarom echter nog wel wat sneeuw,
waar we zonder pickel onbevreesd overheen liepen (we konden op een helling van
veertig graden onze tenen er netaan 3 cm inschoppen) op weg naar onze eerste
drieduizender. Tijdens de cursus leerden we onder andere remtechnieken en
begrepen we dat ons uitstapje niet ongevaarlijk was geweest. Gletscherspleten,
onweer, nee ik was niet echt te spreken over de bergen. Ik begreep ook niet wat
de rest nou zo mooi vond aan het uitzicht vanaf een top.
Maar ik kon natuurlijk niet achter blijven bij Sander
en dus besloot ik
me toch ook maar op te geven voor de gevorderden cursus het jaar daarop. Ondanks
dat we een ontzettend leuke groep hadden, kon ik nog steeds niet enthousiast
worden over de bergen. Misschien had het wat te maken met onze poging om tijdens
een white-out de volgende hut te bereiken. Toen we net driehonderd meter op weg
waren, besloten de gidsen toch maar terug te keren omdat ze hun orientatie
helemaal kwijt waren. Helaas helaas waren onze voetsporen al weggewaaid en
konden we de sirene van de hut niet meer horen. Na een kwartier rondgedwaald te
hebben zag onze gids gelukkig een kabel uit de sneeuw komen, die we gevolgd
hebben naar de hut. 's Middags moesten we zonodig nog een poging doen en
hebben we het eerste stuk voor de orientatie over een graat gelopen waar we
bijna vanaf waaiden. Vervolgens op kompas over de gletscher naar de hut gelopen
om de hut 'vol' te vinden met mensen die straks met de lift omhoog zouden komen.
Een Sint Bernardshond wees ons de weg naar de volgende hut.
We hebben onze gidsen tijdens die cursus ook de oren
van het hoofd gevraagd over het lopen op een gletscher met twee personen. Dat
wilden we weten omdat we twee maanden na de cursus samen de Kilimanjaro wilden
beklimmen via de Heim Glacier: natuurlijk een veel te grote route voor onze
ervaring (gebrek aan ervaring eigenlijk). Hoe dat verder is verlopen kan je hier
lezen. Het was in elk geval een geweldig avontuur waar ik na de benodigde
nervous breakdown toch best trots op was.
De winter van
2001/2002 besloten we dat het tijd was om te leren (waterval)ijsklimmen (was
best handig geweest als we dat voor de Heim Glacier al hadden gekund, maar ala).
Ik verwachtte er niet veel van, het leek me namelijk steeds hetzelfde:
bijl-bijl-voet-voet. Maar het was heel gaaf. Prachtige blauwe ijsgordijnen en lekker
zwaaien met die bijlen. En ook geen last van gletscherspleten of white-outs...
De
week erna gingen we tourskieen. Gletscherspleten? Ach, daar skieen we gewoon
overheen: hier even geen bochtje maken of ff remmen anders lig je erin. Niks voor
mij dus, maar Sander vond het super. Veel geleerd over lawineterrein en hoe
je iemand terug kan vinden na een lawine. Voor het eerst vond ik het mooi in de
alpen. Prachtig, zo'n mensentreintje over een stuivende witte vlakte onder een
strakblauwe lucht.
Tijdens onze vergevorderden cursus werd dit positieve gevoel alleen maar versterkt. Toen de
achterste man van onze touwgroep tot zijn midel in een spleet hing en de gids
voor hem aan het touw dankbaar gebruik maakte van de pauze om zich even met zonnebrand in te
smeren ("momentje hoor"), begon ik wat te relaxen en dus te genieten.
Zonder steigijzers op een apere gletscher lopen, niet aangelijnd over spleten
heenspringen, routine krijgen om sneller noordwanden te beklimmen, kort aan touw
over graten klimmen, alles wat we nog niet geleerd hadden bij eerdere cursussen
werd behandeld.
Ook met rotsklimmen waren we na weekjes
in de Verdon, Calanques en Comomeer buiten weer op een redelijk niveau. Van hoge
wanden schrokken we nog wel terug: Een 5c hangend boven de gorge du Verdon (200m
diep) bleek
toch lastiger dan een 6a op een wandje in de zon. Na dit alles was het tijd voor
een nieuwe uitdaging: het mixed klimmen. In de winter trokken we dus wederom richting
Maltatal om het ijsklimmen wat op te frissen en de techniek behoorlijk uit te
breiden, waarna we met blote handen en op steigijzers of op klimschoentjes met
ijsbijlen onze eerste routes "drytoolden". Al topropend uiteindelijk spannende
stukjes geklommen op flinterdun ijs en door rotsdaken. Franz, onze gids, vond dat alles er
solide uitzag en zei dat we er klaar voor waren om zelfstandig de nodige ervaring op
te gaan doen.
Sander plande dus meteen een expeditie naar de
hoogste
berg van Noord-Amerika en ik droomde van mooie beklimmingen
in de Alpen. Na deze zomer verhuisde Sander naar California en lagen de
klimparadijzen voor ons binnen handbereik. Daar zijn we nu heerlijk aan het
klimmen,
maar niet zonder Jaap, Anne & Gerben, Adolf & Martijn, Klaus & Gotthard,
Michael, Otto & Albert, Peter & Conrad en Franz, heel hartelijk te bedanken voor de geduldige uitleg,
leuke en leerzame anekdotes en het vertrouwen dat jullie ons gaven!