Everest

Home Up

Ontgroening op de Everest

Begin juni kregen we de kans om mee te gaan met de Nederlandse Chomolungma Expeditie 2004. Deze zou half augustus vertrekken, hetgeen ons maar een korte voorbereidingstijd over liet. In deze periode moest ik nog mijn studie afronden en zou ik ook nog naar California verhuizen. Het voorgaande jaar had ik ook niet veel getraind, dus besloot ik dat voor mij het vooruitgeschoven basiskamp het hoogst haalbare punt was. Sander had in zijn eentje in Amerika wel heel veel getraind en was er klaar voor om een poging voor de top te doen. We besloten het avontuur aan te gaan.

Hadden we eerder geleerd dat het voor ons van belang is om met mensen op stap te gaan waar we het goed mee kunnen vinden, hier bleek ook dat geen voldoende voorwaarde. Iedereen kon het tot in het basiskamp inderdaad goed met elkaar vinden. 

Desondanks zagen we ons genoodzaakt om de expeditie af te blazen voordat iemand ook maar in de buurt van de top was geweest. We hebben geprobeerd om de belangrijkste redenen hiervoor op een rijtje te zetten. Let wel, dit is onze mening. 

  1. De belangrijkste reden is het feit dat alle mensen uit de groep de ervaring misten om Mt Everest in het najaar te beklimmen. Niemand was ooit boven de 8000 meter geweest en niemand wist wat er nodig was om als team de juiste dingen te doen en te laten. De volgende punten onderstrepen dit gebrek aan ervaring nog eens in een aantal voorbeelden.

  2. We waren de enige groep klimmers met sherpa's op de berg. Onze drie sherpa's konden het werk dat in het voorjaar over vele tientallen verdeeld wordt, mentaal en fysiek niet aan. Wij konden de sherpa's door ons gebrek aan ervaring niet op de juiste wijze motiveren.

  3. Teamspirit; We werkten niet samen als een team. Iedereen was bezig om in leven te blijven en gemaakte veiligheidsafspraken werden snel vergeten.

  4. De communicatie en de logistiek werden verwaarloosd.

  5. Hoewel het weer niet slecht was, viel er bijna elke dag wel wat sneeuw, hetgeen leidde tot lawinegevaar.

Desalniettemin was het een heel mooi avontuur waar we erg veel van geleerd hebben. We hebben ontzettend genoten van de vergezichten en de prachtige bergen. De cultuur shock was groot maar ook geweldig. We willen zeker nog een keer terugkeren naar de Himalaya. Alleen zullen we de zaken dan wel iets anders aanpakken. 

Sander had met een krant uit zijn geboortestreek geregeld dat we wekelijks een verhaaltje zouden sturen. Een heuze column! We vonden het echt hardstikke leuk om te doen. Bovendien geeft het een leuk beeld van hoe we alles ervaren hebben tijdens de expeditie. Dus lees vooral verder.

Column in Noord-Holland Dagblad, editie Zaanstreek

Week 1  
Afgelopen zondag is de “Dutch Chomolungma Expedition 2004” van start gegaan met een lange vliegreis. Na tussenstops in Londen en het afschrikwekkend hete Abu Dhabi, vlogen we richting Kathmandu, Nepal. Vanuit ons vliegtuigraampje tuurden we in de richting waar de Mount Everest hoort te liggen. We keken tegen een muur van grijze moessonwolken aan, voorlopig dus nog regen en sneeuw in de Himalaya. Het landschap om Kathmandu was er in elk geval fris groen door geworden. Eenmaal in de stad beantwoordde het beeld beter aan mijn verwachtingen: grauwe chaos.

Met het busje van onze lokale reisorganisator scheurden we tuterend door de modderige steegjes. Mensen leken niet gestoord en stapten allemaal precies op tijd opzij. Het hotel was een oase van rust, waar onze zevenendertig opgestuurde tonnen cargo keurig op ons stonden te wachten. Deel één van de missie geslaagd!

Vanmorgen werden de zuurstofflessen bij ons hotel gebracht en kregen we uitgelegd hoe ze werken. Sander is de enige van de expeditie die al zeker weet dat hij de zuurstof niet gaat gebruiken om de top te bereiken. Voor hem is het juist de sport om zonder zuurstof zo hoog mogelijk te komen. Alleen voor eventueel medisch gebruik zullen de sherpa’s voor hem wat flessen naar het hoogste kamp brengen.

Toen ik met twee andere expeditieleden op zoek ging naar een pinautomaat kwamen we een promotor tegen van onze reisorganisatie. Krap twintig jaar oud, had hij volgens eigen zeggen al dertig jaar ervaring met bergbeklimmen. Nadat we uitgegniffeld waren legde hij uit dat zijn vader bergbeklimmer was geweest en zijn ervaring aan hem had doorgegeven. Gelukkig boezemt de rest van de reisorganisatie ons wel vertrouwen in.

De laatste week voor vertrek werd Sander nog even verkouden. Dat leek me niet zo’n best begin, maar volgens onze expeditie-arts in Nederland was het niet ongunstig om nu al ziek te zijn. Erik Dekker was zes weken voor de Tour waarin hij drie etappes won immers ook ziek. Voor Sander duurt het gelukkig ook nog zes weken voordat hij aan een toppoging kan beginnen. We hebben erg veel zin om de vieze stad te verlaten en te beginnen met de trek naar het basiskamp.

Week 2
Afgelopen week zijn we bezig geweest om via Zhangmu, Nyalam en Tingri naar het basiskamp op 5200 meter hoogte te komen. Met een truck en een busje rijden we Kathmandu uit, de frisse lucht in. Gelukkig was er van de verwachte blokkades van de Maoisten niets te merken. Wel werd er overal aan de weg gewerkt om de schade van de moessonregens te herstellen. Voortdurend rijdens we dan ook door stromend water en zelfs onder watervallen door.

In China verwisselen we het busje voor jeeps en rijden we door groene ravijnen met honderden meters lange watervallen. Zo groots dat het met de camera niet goed vast te leggen is. De begroeiing wordt steeds minder tot we in rotsachtig terrein komen waar yaks op zoek zijn naar de laatste restjes groen. Na Nyalam stijgen we naar de hoogvlakte van Tibet waar we een prachtig uitzicht hebben op verschillende achtduizenders die majestueus boven de overige bergen uitsteken. Hiervoor ben ik meegegaan, prachtig. In tegenstelling tot de landschappen zijn Sander en ik niet zo gecharmeerd van de steden. Laatst deden we een wasje voor ons hotel op straat. Onder veel belangstelling wasten we onze sokken en onderbroeken boven de stenen goot die voor de huizen langs loopt. Omdat er maar één moment is dat er stromend water is per dag, waren er meer mensen bezig. Naast Sander stond een vrouw een geitenkop schoon te maken. De ogen en hersenen vermengden zich met ons sopje in de goot. Nou, schop mijn portie maar om. 

Omdat het hoogteverschil tussen Zangmu en Nyalam erg groot is, sliepen vrijwel alle expeditieleden slecht en hadden sommigen hoofdpijn en een rommelige buik. Dit is een teken dat je lichaam nog niet aan de hoogte gewend is. Daarom zijn we hier ook drie dagen gebleven en hebben een wandeling gemaakt naar een lokale heuveltop om het acclimatiseren te bevorderen. Verder is het belangrijk om veel te rusten. Sander is zijn verkoudheid kwijt en acclimatiseert redelijk, maar heeft nog wel wat slaapproblemen. De sfeer in de groep is uitstekend. Tijdens onze rijstmaaltijden, drie maal per dag, wordt er heel wat gedold en gelachen, alhoewel het vandaag tijdens de lunch na een inspannende wandeling tot 4900 meter stiller was dan normaal. Morgen zullen we het laatste stuk naar het basiskamp afleggen. Hopelijk zien we dan voor het eerst de berg en krijgen we eindelijk iets anders dan rijst.

Week 3
De aankomst in het basiskamp bleek geen teleurstelling. De moedergodin der aarde toonde ons haar machtige noordwand. Wat een uitzicht. Het duurde een dag om ons kamp helemaal in orde te krijgen. Helaas konden wij weinig bijdragen, omdat het verslepen van een ton bagage al tot een hevig hijgen leidde.

Tot nu toe zijn we het enige tentenkamp, dus we trekken de aandacht van veel toeristen die een dagje van het uitzicht komen genieten. Zo af en toe steekt er iemand zijn hoofd om de opening van de eettent om te bekijken hoe mensen die de Everest willen beklimmen eruitzien. Redelijk bebaard inmiddels.  Vanwege een congres over hoogteziekte in Lhasa kwamen er ook wat dokters bij de hoogste berg ter aarde kijken. Zij adviseerden Boris, die al twee dagen vreselijke hoofdpijn had, een nieuw medicijn voor hoogteziekte: pretnison. Toen is Boris maar voor een paar dagen 1000 meter afgedaald, de enige echte remedie.

Na vier dagen basiskamp voelden we ons klaar om naar het tussenkamp op 5800 meter te lopen. De eerste regel onder alpinisten aan ons laars lappend, vertrokken we pas om twaalf uur 's middags. Dit omdat 's morgens de yaks, die onze spullen mee naar boven nemen, beladen moesten worden. De bagage werd op primitieve wijze gewogen en er bleek 930 kilogram te veel te zijn. Toen begon de tijdrovende klus om de bagage voor de eerste week te scheiden van het spul dat later gebracht kan worden. Op een akkefietje na, waarbij een yak twee stalen gasflessen van zijn rug de lucht in stootte, ondergingen deze mooie beesten alles geduldig. De tocht ging door een absurd landschap van ontelbare losse keien op of naast de gletsjer. Torens van ijs staken op bepaalde plaatsen door de stenen heen. Hoe mooi het ook was, het was vooral slopend. Vanwege het late vertrek hadden we weinig tijd om te pauzeren, waardoor Sander die toch al misselijk was, geen tijd had om te eten. Na verloop van tijd was zijn energie op en kwam hij nauwelijks meer vooruit. Er leek geen eind aan te komen. Sander en ik liepen dan ook achteraan en hoopten bij elke puinheuvel het kamp te zien. In plaats daarvan zagen we een lange sliert yaks omlaag lopen op weg naar de volgende heuvel. Op het laatst zagen we niets meer omdat het donker werd. Om zeven uur kwamen we met barstende hoofdpijn dan eindelijk aan in het in wording zijnde tussenkamp.

Week 4  
Toen we drie maanden geleden van deze expeditie hoorden en besloten om mee te gaan, ben ik hard gaan trainen omdat de dagtocht van het basiskamp (BC) naar het vooruitgeschoven basiskamp (ABC), mijn hoogste punt, heel zwaar zou zijn.  Stiekem dacht ik, ach 1200 hoogtemeters en 16 kilometer lang, dat moet toch wel lukken. Wie had gedacht dat we er uiteindelijk vier dagen over zouden doen. Twee loodzware dagtochten en twee rustdagen in het tussenkamp. Er bleven verder geen sherpa's in dit kamp, zodat we onszelf moesten verzorgen, geen gemakkelijke klus op 5800 meter. De eerste rustdag hadden we veel te weinig water gekookt, zodat we de dag erna nog niet in staat waren om verder te lopen. We vertrokken een dag later om acht uur 's morgens en konden het vage spoor van de yaks nog net zien. Vijf keer moesten we een gletsjerspleet op zo'n manier oversteken dat ik me afvroeg hoe de yaks die klusjes geklaard hadden. Dat was inderdaad niet zonder slag of stoot gegaan hoorden we later.

Intussen kwam het kamp nog steeds niet in zicht, terwijl een onweers- en sneeuwbui ons van achteren naderde. Ik werd kwader en kwader op de berg, terwijl Sander zijn gezond verstand erbij hield, eet- en drinkpauzes bleef houden en op zijn hoogtemeter keek. Om vier uur kwamen er uiteindelijk tentjes in zicht met twee Russische vlaggen. Niet dat er een Russische expeditie op de berg zit, maar je durft gewoon niet meer te hopen. Toen we dichterbij kwamen bleken onder het blauw, wit en rood nog geel en groen te zitten. Gebedsvlaggen! Dit kon wel eens ons kamp zijn. Verbaasd kwamen onze expeditiegenoten ons begroeten. Hun rust was verstoord door mijn wat ruw uitgevallen (vreugde)kreten.

De locatie van ons volgende kamp is gelukkig vanuit dit kamp al in zicht, zodat je ongeveer in kan schatten hoeveel je moet afzien. De hoogte is voor ons wel een onbekende factor, omdat we nooit eerder boven de 6000 meter waren geweest. Inmiddels zijn onze klim-Sherpa's al twee dagen aan het werk om vaste touwen naar dat kamp op 7000 meter aan te leggen. Vandaag kwamen ze minder ver dan gedacht, omdat ze tot hun heupen door de sneeuw moesten waden. Dat belooft wat te worden.

Week 5
Ik kijk nu vanuit het vooruitgeschoven basiskamp (ABC) op een besneeuwde ijswand die beklommen

De lange dagen in het ABC, wachtend tot de touwen zijn aangelegd en de verse sneeuw geen lawinegevaar meer oplevert, hebben Sanders' motivatie geen goed gedaan. Verstoken van alle luxe en geplaagd door lichamelijk ongemak is het moeilijk om je te herinneren waarom je ook weer zo nodig de Mount Everest wilde beklimmen. Bovendien hebben al twee expeditieleden moeten afhaken, wegens langdurige infecties aan de luchtwegen. Omdat zij voor veel gezelligheid zorgden, hakte dat er stevig in. Toch zag ik bij de overige klimmers weer enthousiasme, nadat ze naar de voet van de ijswand waren gelopen om spullen neer te leggen. Blij dat ze eindelijk over sneeuw konden lopen in plaats van over losse keien, gelukkig met het vooruitzicht dat de echte klim binnenkort kan starten.

Inmiddels hebben de stipjes het steilste deel van de wand veroverd en hebben we even radiocontact. Sander maakt grapjes, dus dat zit weer goed. Er rest nog een kwartiertje wandelen naar het kamp. Vannacht wordt het daar min 19 graden Celsius, elke dag zal het nu een beetje kouder worden. Nog een maand te gaan, ik denk dat ik wat warme kleding uit ga wassen.

Week 6
Een droom is ten einde. Deze week hebben wij besloten om onze expeditie vroegtijdig te staken. Onze zeer ervaren sherpa's gaven aan dat de situatie op de berg zeer gevaarlijk was. Kort voor de start van de expeditie hadden drie andere teams afgezegd, hierdoor waren wij de enige groep op de berg. Dit in tegenstelling tot in het voorjaar, wanneer er vele honderden klimmers op de berg aanwezig zijn. Het aanleggen van een vast touw bleek onmogelijk voor een klein team met slechts drie sherpa's.

Losse stenen met een dunne laag sneeuw op de topgraat leidden tot een onverantwoord risico op een val van drieduizend meter. Daarnaast was er door de grote hoeveelheid sneeuw een groot risico op lawines lager op de berg. De teleurstelling in het team is uiteraard erg groot. Zelf heb ik gemengde gevoelens. Aan de ene kant ben ik net als zij teleurgesteld, maar aan de andere kant is er ook opluchting. Ik heb me namelijk de laatste weken veelal ziek en ongelukkig gevoeld. De hoogte heeft een grote impact op mijn lichaam gehad. Dagelijks was ik misselijk en slapen deed ik boven de 5500 meter nauwelijks meer. Ik had hier enigszins rekening mee gehouden, maar dat het al zo laag op de berg gebeurde viel zwaar tegen.

Klimmen op hoogte is altijd zwaar. Je krijgt er echter ook veel voor terug. Het zuivere en mooie gevoel van vrijheid en geluk en het één zijn met de berg zijn de redenen dat mijn vrouw Ruby en ik klimmen. Dit gevoel heb ik echter niet of nauwelijks gehad. Eerst lange puinhellingen en later jezelf voortslepen langs vaste touwen over van tevoren bepaalde paden; dat is niet mijn manier van klimmen. Van tevoren had ik het klimmen van de Mount Everest te veel geïdealiseerd, de vaste touwen nam ik op de koop toe. Nu blijkt dat het dromen van de top niet voldoende motivatie geeft om alle ontberingen te doorstaan. Het technisch klimmen op een ijsval of rotswand geeft mij veel meer voldoening, evenals het op eigen kracht beklimmen van een berg. Alleen de absolute wereldtop kan op eigen kracht (zonder vaste touwen) de Mount Everest bedwingen. En hoe graag ik dat ook wil, daar hoor ik niet bij.

Naar de foto's