Kilimanjaro

Home Up Kilimanjaro Mount Kenia

Alles wat fout kon gaan...

Onze belevenis op de Kilimanjaro is nog steeds één van onze mooiste avonturen. Echter, op het moment dat we het avontuur aan het beleven waren, was ik toch iets minder enthousiast kan ik me nog  herinneren. Als echte beginners hebben we vele fouten gemaakt maar ook het nodige geluk gehad.

De voorbereiding
Het begon op de verjaardag van Sander in het jaar 2000. Sander inspireerde vier vrienden om in september van het jaar daarop samen met ons de Kilimanjaro te beklimmen. Hoef & Mirjam en Bart & Hilde zouden een trekking route nemen en wij zouden een technische route nemen. Net vers van de C1 cursus leek me dit een gewaagde onderneming, maar geen zorgen voor de dag van morgen. We zouden het gewoon voorbereiden en als het te moeilijk zou blijken konden we altijd nog meegaan op de trekking route. Dat was althans mijn gedachte, Sander was vast overtuigd van een goede afloop, per slot van rekening konden we de technische moeilijkheid zoals die in het gidsje stond gemakkelijk aan en zouden we vantevoren nog een C2 cursus doen ook.

Tijdens deze cursus vroegen we de gidsen de oren van het hoofd over hoe we met zijn tweeën veilig over een gletscher konden lopen. Het idee dat Sander in een spleet zou vallen en ik hem in mijn eentje moest houden en redden bezorgde me koude rillingen. Slechts één advies van Klaus stelde me enigszins gerust: "Als onderaan de route je hart als een gek tekeergaat, dan weet je dat het te moeilijk is", maar dan in het duits. Kijk, daar had ik wat aan.

Intussen deed Sander al het mogelijke om onze vrienden tot trainen aan te zetten en al onze vergaarde kennis aangaande het maken van trektochten te delen. Uitspraken als "Je rugzak is je draagcomfort" of "Je schoenen zijn je loopcomfort" en natuurlijk "Je matje is je slaapcomfort" spoorden hen aan tot het doen van vele investeringen bij de verschillende buitensportzaken. Tijdens het paasweekend hebben we met zijn zessen een meerdaagse wandeling in Luxemburg gemaakt om de spullen en conditie te testen. Bart en Hilde moeten gedacht hebben "Een hotel is ons trektochtcomfort" want die zagen we na het eten niet meer. Met zijn vieren trotseerden we de vriesnachten in onze nieuwe slaapzakken. En 's morgens keken Sander en ik gefascineerd hoe Hoef en Mirjam hun tentafbreek- en tasinpakstrategieën doorspraken.

In april, mei en juni trainden Sander en ik enorm veel. Klimmen, hardlopen, krachttraining, mountainbiken. Als ik 's morgens op mijn werk kwam kon ik trots vertellen dat ik sinds ik de dag ervoor het pand had verlaten alweer twee trainingen had gedaan. Lichtelijk overtraind nam ik in juli wat gas terug en nam ik me voor om na de reis voorlooooooopig niets meer te doen.

De route
De trekking route die we zouden nemen was de Machame route. Deze route begint op 1800 meter bij de ingang van het park, ten zuidwesten van de top. We hadden de langste variant uitgezocht om het risico op hoogteziekte zo laag mogelijk te houden. Dat betekent dat we in twee dagen naar 4000 meter zouden stijgen en vervolgens twee dagen op diezelfde hoogte naar het zuidoosten van de top zouden lopen. Daar moesten onze vrienden dan bij de "Coca Cola" route uitkomen die ze na een rustdag verder naar de top zouden volgen.
 

De klim die we te lijf wilden gaan was de Heim Glacier Direct, ook wel de klassieke gletscher route van Afrika (zoveel komen er niet in aanmerking voor die titel natuurlijk). Na drie dagen wandelen zouden we afsplitsen van de groep en recht tegen de helling op gaan klimmen in plaats van een omtrekkende beweging te maken.

We konden twee oude gidsjes vinden waar de route in vermeld stond. Op internet was helaas geen recentere informatie te vinden. Het plaatje dat nog op mijn netvlies gebrand staat is een man op een sneeuwhelling van ongeveer 50 graden met als onderschrift " ... op het steilste deel van de Heim Gletscher route", maar dan in het engels. Ik begon Sander te geloven dat de onderneming niet al te ingewikkeld zou worden, mits hij niet in een spleet zou vallen natuurlijk. We kochten trouw de aanbevolen tentharing om boven van de gletscher ab te seilen zonder een dure ijsschroef achter te laten. Abseilen van de gletscher klinkt wellicht wat vreemd, maar de gletscher zou nogal abrupt eindigen in een "loodrechte ijsmuur van enkele tientallen meters", vandaar.

Het avontuur
In een busje reden we over de hobbelige weg naar de ingang van het Nationale Park. Hier moesten we ons melden en zouden onze gidsen geschikte dragers uitzoeken. De parkwachters hadden gelukkig onze aanvraag voor de technische route ontvangen. Ze raadden ons de klim echter ten zeerste af en we moesten allerlei brieven schrijven en tekenen om de gids van zijn verantwoordelijkheden te ontslaan. Toen iedereen tevreden was, kon de trek beginnen.

De eerste dag ging geheel door het regenwoud. De tweede dag werd het steeds kaler en maakten we kamp nabij een nevelige hoogvlakte. De derde dag liepen we onder de lavatorens door en konden we eindelijk de gletschers aan de zuidkant van de berg zien liggen. Hilde was in die drie dagen steeds sneller gaan lopen. De gehuurde wandelstokken bevielen haar blijkbaar goed en ze rook het doel waar ze al een half jaar voor aan het trainen was. Mirjam voelde zich niet heel erg lekker en had nu al koude vingers, maar was vast van plan door te gaan. Met Bart en Hoef ging het geloof ik wel prima aan de vieze praat tijdens het eten te horen. Zelf zaten we steeds door de verrekijker naar de route te turen en was ik in elk geval een beetje gespannen. Maar eigenlijk was ik dat al een hele lange tijd.

De vierde dag begon met de bestijging van een hoge rotswand. Er liep een smal paadje door de wand omhoog. Bovenop was het tijd om afscheid te nemen. Sander zag het allemaal zo positief in dat hij dacht dat we wel eerder op de top zouden zijn dan de rest. Op onze weg naar beneden zouden we de ze dan wel tegenkomen.

Een van de gidsen bracht ons naar de start van de route. Hij zou de nacht blijven en ons morgen opvangen als we het toch niet aandurfden. Blijkbaar had hij dat al vaker meegemaakt. We maakten een plat stukje voor onze tent en kookten onze eerste kokend-water-opgooi-maaltijd. Ik kon totaal niet eten want ik was stiknerveus. Het eerste stukje tot waar we de touwen zouden gaan gebruiken hadden we al verkend. Dat deel zouden we de volgende ochtend in het donker doen. Na een rusteloze nacht ging de wekker. Alhoewel ik helemaal niet lekker had gelegen, had ik toch geen zin om op te staan. Toch maar aankleden en een heerlijk ontbijt naar binnen stouwen. Koplampen op en steenmannen zoeken tot de muur van ijs.

dag 1
Muur van ijs? Zou dit niet gewoon een gletscher moeten zijn? Blijkbaar was die al aardig weggesmolten en bestond alleen nog een dunne gecomprimeerde ijslaag over de rotsen. Hij zal gemiddeld inderdaad niet steiler geweest zijn dan 50 graden, maar met 1 pickel is dat toch een interessante onderneming. Inbinden en voorklimmen. Of toch maar niet. Het ijs was zo belachelijk hard dat ik er niet eens een schroef ingedraaid kreeg. Sander dan maar op kop. Na een kleine touwlengte vond Sander een mooie standplaats van twee ijsschroeven en een slinge. Meteen in gebruik nemen. Blijkbaar was een andere touwgroep hier al eens teruggekeerd. Tijdens het nakomen maakte ik al even een kleine pendel, schurend over het met steentjes bezaaide ijs. Maar het geeft altijd een geruststellend gevoel als je tekenen van vroeger klimverkeer ziet, dus we gingen lekker door. Sander weer op kop. Als Sander de bocht om is en op het punt staat om een tweede standplaats te bouwen, voel ik het touw slap worden. Ik haal snel het touw in en hou de knikzekering goed tussen mijn knuisten vast.

Knikzekering? Tja, het zou toch een besneeuwde gletscher zijn, even de zekertechniek niet aangepast. Gelukkig komt Sander tot stilstand op een plateautje rechtsboven mij. "San....Sander!!!???" "Ja, rustig, even op adem komen........AAAAAAH" "Wat?" "Bloed!" Gelukkig, schiet er door mijn hoofd, kunnen we lekker terug. In het kamp onder ons komt de gids uit zijn tentje en vraagt wat er aan de hand is. Geen idee nog. Sander blijkt tijdens het indraaien van een ijsschroef achterover gevallen te zijn en is vijftien meter naar beneden gerobbeldebold. Stijgijzer in zijn linker scheenbeen en een ijsschroef verloren. Maar hij is vast van plan om door te gaan. Sander klimt naar de bovenste ijsschroef en maakt daar stand. Ik kom na leg een drukverband onder zijn knie.

Derde touwlengte. Sander gaat weer op kop en komt tot het einde van het ijs, onderaan een rotswandje. Pfff, denk ik nog, dan zijn we van alle ellende af, rotsklimmen kunnen we wel. Intussen haalt Sander het touw in dat in een lus naar onderen hangt. En natuurlijk blijft het touw achter een rotsje tien meter onder me hangen en komt het niet meer los. Er zit niks anders op dan dat ik naar beneden klim en het touw vrijmaak. Zo schiet het allemaal niet op natuurlijk. Maar nu dan gelukkig rotsklimmen.

Hmmm, bij nadere inspectie kan je het nauwelijks een rotswand noemen. Het staat weliswaar behoorlijk stijl maar hangt van los puin aan elkaar. Geen enkele zekermogelijkheid. Heel voorzichtig klimmen dus, niet hard ergens aan trekken. Sander besluit maar weer eens op kop te gaan, maar deze keer zonder zware rugzak om subtieler te kunnen klimmen. Het gaat redelijk en Sander verdwijnt uit zicht zodra hij over het steile stuk heen is. Wat hij daar ziet is een flauwe helling met allemaal losse steentjes van zo'n 5 cm in doorsnede. Tientallen meters lang, dus nergens plek om te zekeren. Na een poosje hoor ik een wijfelend "Nakomen!" Hmm, daar ga ik dan met de twee tassen voor mij aan het touw gebonden. De tassen trekken zich helaas niks aan van de optimale klimroute en trekken mij dan ook totaal uit mijn evenwicht. Na een hoop gesleur en gevloek komen we toch over de rand heen. Sander zit middenin het gruis op het enige rotsje dat hij kon vinden. Hij heeft niets om me aan te zekeren behalve zijn lichaamsgewicht. Heel fijn.

Mijn schat is daar inmiddels toch ook wel redelijk nerveus door geworden en denkt erover om terug te gaan. Tja, best hoor, maar ik zie geen standplaats waaraan we kunnen abseilen. Nu is het gewoon te laat. We moeten verder. Deze beslissing geeft me kracht en ik besluit maar eens op kop te gaan. Weer zo'n heel delicate puinrotsmuur zonder zekerpunten. Over de rand van deze muur is een massiever stuk rotswand. Voordat ik daar ben heb ik echter nog een stukje flauwe rotshelling bezaaid met kogellagertjes van 1 cm in doorsnee. Ik probeer het met gruis mijn handen weg te vegen, maar de steentjes daarboven rollen meteen op de schone plek. Onee, hier kan ik toch nooit overheen zonder uit te glijden? En tussen mij en Sander 20 meter dieper is geen enkel zekerpunt. Als ik val storten we samen de berg af want sander heeft ook geen vaste verbinding met de berg. "Wat ga je doen?" "Ja, door he, terug kan ook niet" Ik verzamel al mijn moed en focus op de plek waar ik heen moet. Ik zet mijn voet op de schoongeveegde rand en zet af. Ik zet af en spring naar de rotswand waar ik in eerste instante geen houvast vind, maar na wat gestress lukt het me toch iets vast te pakken en achter een rots in veiligheid te komen. Met een halfbakken standplaats komt Sander na.

De volgende touwlengte ziet er iets beter uit. Traverseren langs de rotswand en dan in een schoorsteen de laatse 10 meter omhoog. Aan mij de eer. Dit laatste stuk is niet meer zo eng omdat het minder exposed is. We zullen niet meer van de berg afvallen, hooguit op de puinhelling met het ene rotsblok. Bovenop zien we het beloofde "bivakterras" dat we over wilden slaan. Helaas is het al half twee 's middags en op zijn warmst. Een stuk verderop zien we waar we de gletscher op moeten. We horen regelmatig stenen vallen uit die richting. Het smeltende ijs geeft de losse rotsen geen houvast meer. We besluiten hier te gaan bivakkeren en morgenochtend vroeg langs de hopelijk dan tijdelijk vastgevroren stenen te klimmen.

We maken onze heerlijke bedjes klaar en willen wat sneeuw smelten om onze flessen te vullen. Sander krijgt de benzine brander echter niet goed aan. De vlam blijft groot en geel in plaats van klein en blauw. De pan wordt helemaal zwart, maar de sneeuw smelt niet! Blijkbaar was die brommerbenzine van het afrikaanse pompstation niet zo heel erg geschikt... Na nog wat pogingen is de sproeier helemáál verstopt, dus dat heeft geen zin meer. Ik loop richting de gletscher om de flessen dan maar direct met smeltwater te vullen. Dat gaat redelijk, de flessen zijn half vol. 

Nu hadden we een truc geleerd om een theezakje in het smeltwater te stoppen, zodat het mineraalloze oude gletscherwater wat minder snel door je lichaam stroomt. Heerlijk: koude zoethout thee! Tot op de dag van vandaag kan ik die smaak niet meer uitstaan. Later hoorden we ook nog dat zoethout je bloeddruk verhoogt, iets waar je op hoogte niet op zit te wachten natuurlijk. Geweldige truc dus.

We eten wat hardkecks en gedroogde abrikozen in plaats van warm eten en gaan naar bed. Sander ligt diep in zijn slaapzak met zijn been omhoog pijn te leiden, terwijl ik van ons prachtige plekje kan genieten. We zitten echt op een soort balkon boven het dal. Tegen de avond klaart het wolkendek onder ons op en zie ik de lichtjes van Moshi of Arusha ver weg op de begane grond steeds duidelijker worden. Het is echt heel vreedzaam. Veel slapen doe ik geloof ik niet, wel beter dan de nacht ervoor. Ik luister naar het geluid van de vallende stenen, dat inderdaad langzaam minder wordt.

dag 2
We staan op als het nog donker is en lopen in het licht van onze hoofdlampjes naar de gletscher. We gaan een stukje langs de gletscher omhoog, maar moeten dan uiteindelijk toch echt de gletscher opklimmen. Al zekerend klimmen we hoger over de apere gletscher. Ik ben opgelucht dat er geen sneeuw op ligt, zodat we de spleten goed kunnen zien. Er is eigenlijk maar 1 grote spleet, waar we overheen kunnen met een smalle sneeuwbrug. Af en toe horen we van boven flarden van mensengejuich. Grote groepen die via de normaalroute de top bereikt hebben. Dat is wel een heel vreemde gewaarwording zo heel alleen op de gletscher.

We lopen nog steeds aan touw omdat ik nog steeds het gevoel heb dat ik van de berg af val als ik val. Uiteindelijk is er een vlakker stuk en durf ik het steilere stuk dat volgt los te doen, omdat ik bij een val dan op het vlakke stuk terecht kom in plaats van onderaan de berg. Tegenwoordig denk ik niet dat we hier nog zouden zekeren of uberhaupt op steigijzers zouden lopen. De gletscher is zo ruw... Maar doordat we op dat moment wel op steigijzers liepen, maakte die ruwheid het juist extra vermoeiend.

Zigzaggend zwoegen we de berg op. Het gaat steeds langzamer. Ik wil doorgaan, maar Sander neemt de verstandige beslissing om water te zoeken. Omdat we niets meer hebben, worden we steeds meer uitgeput. We maken met onze pickel een V-vormig gat in de gletscher, zodat al het smeltwater dat er op het breedste punt is naar onze flesopening geleid wordt. Langzaam maar zeker druppelen de flessen vol. We genieten met volle teugen van ons verse dropwater en gaan na een uur weer fris op weg.

Als de gletscher afvlakt en we bijna aan het einde zijn, zoeken we een plekje om er van ab te seilen. Hiervoor hebben we een tentharing meegenomen! Ja, echt, dat was een tip uit een gidsje, zodat je geen dure ijschroef hoeft achter te laten. Nou, die tentharing deed dus helemaal niets he! En aangezien we toch al twee ijschroeven op mirakuleuze wijze waren kwijtgeraakt, kon een derde er ook nog wel bij. We seilen die 8 meter van de gletscher ab, terwijl het al weer begint te schemeren.

Aangezien we geen idee hebben hoe we op die grote vlakke top in het donker onze weg moeten vinden, besluiten we nog maar een bivak te maken. Deze keer was er geen mooi plaatsje gemaakt door onze voorgangers. Nee, wat wil je, vlak onder de top... Dus we maken het onszelf zo comfortabel mogelijk op de puinhelling onder een groot rotsblok die ons moet beschermen tegen vallend gesteente. We nemen nog een heerlijke hardkeck met dropwater en aspirine. Ik voel me ontspannen in de wetenschap dat we de moeilijkheden achter ons hebben en morgen weer tussen de mensen zullen zijn. Ik slaap deze nacht dan ook heerlijk diep.

dag 3
Zelfs zo diep dat ik pas wakker wordt als het al licht is en ik meteen al mensen hoor juichen op de top. Snel kleden we ons aan: jawel, geheel voorzien van helm en steigijzers omdat er nog gladde stukjes ijs tussen de rotsen liggen. We lopen richting gejuich en na een uur zien we de eerste mensen. Zij zien ons ook en vragen zich hardop af waar wij in hemelsnaam vandaan komen: totaal uit de verkeerde richting en met die helmen en steigijzers... Wel een leuke ontvangst op deze manier, iedereen is benieuwd naar wie we zijn en wat we gedaan hebben.

Er is zelfs iemand die vraagt of wij Sander en Ruby zijn... Hij had opdracht gekregen van onze eigen gids om naar ons uit te kijken, terwijl onze gids ons als vermist ging opgeven lager op de berg. Tja, misschien waren er wel wat mensen ongerust over ons ja...slik. Als we onze vrienden nog wilden zien voordat ze naar Nederland gingen, zouden we vandaag helemaal naar het hotel in Moshi moeten gaan om een dag in te lopen. Dat betekende 4000 m verticaal lopend afdalen! Pfff, een lekkere opgaaf zonder drinken en met een zere knie van Sander.

Onze nieuwe gids neemt ons mee naar beneden en draagt mijn tas. Na een poosje bedenkt hij zich en neemt hij de tas van Sander omdat die tenslotte gewond is. Halverwege de afdaling komen we bij een kamp waar onze vrienden de nacht hebben doorgebracht. Onze eigen gids is daar nog en is zichtbaar opgelucht dat we er weer zijn. Hij had geprobeerd om de spirit erin te houden, maar had niet kunnen voorkomen dat iedereen wat stiller werd de dag ervoor tegen de avond.

Na een heerlijke lunch zetten we de achtervolging in en komen, dik in het donker en het lopen meer dan zat, bij de uitgang van het park waar een busje op ons wacht. Een uur later is er een emotioneel weerzien met Hilde, Bart, Hoef en Mirjam in het hotel. Ik vond het zo rot als ik bedacht wat zij zich allemaal in hun hoofd gehaald konden hebben, dat ik begon te huilen. 

We worden bijgepraat over de gebeurtenissen die zich in Amerika op 11 september hebben voorgedaan. Op tv zien we de ravage en de reddingwerkers. De beelden van de vliegtuigen en het ineenstorten zijn dan al oud nieuws, zodat we niet echt een gevoel kregen van de situatie. Pas jaren later tijdens een documentaire over de brandweer zie ik die beelden voor het eerst. Best gek.

Toen we ons gingen opfrissen op onze kamer zag ik dat mijn gezicht helemaal onder de zwarte strepen zat. Nou dat zag er ook wel weer erg dramatisch uit, zo erg was het allemaal ook weer niet geweest... dacht ik.

terug in Nairobi
De volgende avond al, komen we weer aan in Nairobi. Als het eten wordt geserveerd in de kantine van het hotel, barst ik ineens in een hele harde huilbui uit. Ik kan niet meer bedaren en de uithalen komen helemaal vanuit mijn buik. Sander brengt me naar mijn kamer waar hij me in slaap sust. De spanningen moesten er duidelijk even uit, een hele vreemde gewaarwording dat je lichaam het ineens overneemt van je gedachten. Maar, het kan er maar uit zijn...we wilden immers nog een berg bedwingen!

Uiteraard zijn we nu hardstikke trots dat we het er toen zo goed van afgebracht hebben. Het was nogal een ambitieus plan en een grote berg voor een stel die beiden net de beginnerscursus hadden gedaan. In de route luisterden we goed naar elkaar en vulden we elkaar prima aan. Ondanks de tegenslag waren we toch (om beurten) vast van plan om door te gaan. De route werd slechts om de paar jaar beklommen en sinds een paar jaar is het zelfs verboden om het ijs alleen maar aan te raken. Waarschijnlijk bestaat de Heim Glacier niet eens meer. Het zou dus heel best kunnen dat we de laatsten zijn geweest die de Heim Glacier hebben bedwongen! Weer eens wat anders dan de eersten...