200 mijl dwars door de wildernis
Sander had zijn zinnen al een poosje op de Muir Trail gezet.
Het leek mij niet zo heel leuk om weken achtereen te wandelen, saai! Maar omdat
onze klimvakantie naar Yosemite niet door kon gaan vanwege de tendonitis aan
mijn duim, moesten we een alternatief bedenken. Ik heb echt mijn best gedaan om
iets anders te bedenken, maar ik moest toch toegeven dat de Muir Trail de beste
optie was.
Dit besluit kwam een week voor vertrek. Niet ideaal omdat we
nu geen tijd meer hadden om voedselpakketten op te sturen naar de diverse
resupply-punten. Al het voedsel moest dus mee in de rugtassen. Ook konden we
natuurlijk geen wilderness permit meer krijgen voor het begin van de Muir trail
in Yosemite. Een stukje verderop, in Tuolumne meadows, was nog precies 1 permit
voor ons zodat we de eerste 30 mijl van de Muir Trail zouden overslaan. Dit kwam
op zich wel goed uit omdat we maar 14 dagen hadden voor de route die standaard
21 dagen duurt. Zo hadden we al drie dagen ingelopen. Nog vier te gaan.
Vooral Sander zijn tas was belachelijk zwaar. Hij had al het
eten en moest ook nog eens allemaal in zware bear-proof canisters gestopt
worden. De eerste dagen was het dus flink bikkelen voor Sander. Zijn rug had erg
te lijden onder het gewicht. Ik moest er ook erg inkomen zodat we de eerste drie
dagen niets in konden lopen op het 21-dagen-schema. De krappe 2 mijl/uur kwam
ons belachelijk traag voor, maar het was wel veel stijgen en op grote hoogte dus
meer konden we eigenlijk niet verwachten. Maar het idee was dat met het
acclimatiseren en het lichter worden van de tas dit allemaal eenvoudiger zou
worden. Deze fijne theorie hield alleen even geen rekening met het feit dat we
slechts 1500 calorieen voedsel per persoon per dag meehadden, de helft van wat
je verbruikt op zo'n tocht.
Na drie dagen kwamen we aan bij een "resort": een
eettentje, een camping met warme douches uit een natuurlijke hot spring. En...de
laatste goede mogelijkheid om te stoppen... Wat te doen? Verder met deze
martelgang of lekker naar San Fransisco en aan het strand liggen: onee, daar
houden we helemaal niet van. Toen aan een tafeltje naast ons een dame heeeel erg
hard en overdreven aan het lachen sloeg, verlangde ik prompt weer naar de stilte
van de bergen. Mijn besluit stond vast, we gingen door. Na de dubbele hamburgers
en appeltaart met ijs gingen we misselijk maar voldaan onze tent in. Morgen
eerst lekker ontbijten en dan maar eens proberen om een dagje in te lopen.
De vierde dag verliep zeer voorspoedig. Na 19 mijl kwamen we
in het schemerdonker aan bij de kampeerplek, zodat we in 1 dag 2 standaarddagen
hadden gelopen. Deze nacht hebben we de "serial-killer-nacht" gedoopt.
We waren een paar mijl voor deze plek zo'n rare man tegengekomen en hadden
elkaar lekker bang liggen maken. Ik durfde mijn hoofd niet uit de slaapzak te
halen omdat ik niet wilde zien hoe die griezel ons af zou maken. Maar ook deze
nacht overleefden we weer.
De vijfde dag had ik het erg zwaar. De dag eindigde met een
steile klim en dat viel niet in goede aarde. Na 12 mijl hielden we het voor
gezien, maar wel op een prachtig plekje met geweldige uitzichten. De zesde dag
begon mijn hiel tegen te sputteren. De pijn kroop langzaam omhoog door mijn
achillespees. Sander had ervaring met deze blessure en verwachtte geen
verbetering als ik bleef lopen. Toch lastig middenin de wildernis. We wisten dat
het stel dat achter ons aankwam een stukje verder een weg naar de beschaafde
wereld zouden nemen en besloten hen te vragen hoe ver dat nog was en hoe we dan
moesten lopen. De dame bood heel vriendelijk aan of ik niet haar
"Crocs" (soort plastic klompen) wilde proberen, misschien was dat
beter voor mijn achillespees. Het liep verbazingwekkend goed en ik mocht ze
houden om de trail mee uit te lopen! Met veel koelen, smeren en afwisselen met
mijn eigen schoenen op de afdalingen lukte het daarna om zo'n 15 mijl per dag te
lopen, waarmee we gestaag nog wat dagen inhaalden.
Toen we nog vier dagen te gaan hadden, zag Sander het niet
meer zitten. Zijn lichaam schreeuwde om meer voedsel nu zijn meeste
lichaamsreserves uitgeput waren. De enige remedie was om de resterende 56 mijl
in drie dagen te doen, zodat we per dag meer te eten hadden. Zo kwamen we al op
de 13e dag van onze tocht langs Mount Whitney, waar Sander op de energie van de
extra snicker nog even naar de top op en neer rende, en we daarna samen de
laatste 9 mijl afdaalden naar de hamburger waar we al een week van droomden.
Omgerekend in europese eenheden vielen onze
gemiddelden nog
lang niet tegen: Zo'n 25 km en 900 hoogtemeters per dag, 13 dagen achter elkaar.
Zwaar, maar natuurlijk wel prachtig. Maar dat kan je voor jezelf bekijken bij de
fotootjes.